|

Al 25 jaar
Een geschenk voor uw lichaam

Bel voor een vrijblijvende afspraak 043 - 601 62 62
 
 
 

Carpaal Tunnel Syndroom

Het carpaal tunnel syndroom wordt veroorzaakt door het feit dat een grote zenuw in het midden van de pols onder een te hoge druk komt te staan. De oorzaak hiervan kan wisselend zijn en vaak kan een duidelijke oorzaak niet aangegeven worden. De grote middelste zenuw van de pols (nervus medianus) loopt door een nauw kanaal in de pols en vertakt zich daarna naar duim, wijsvinger en middelvinger en soms een gedeelte van de ringvinger. Om vaak onbekende redenen kan het kanaal te nauw worden zodat de zenuw onder druk komt te staan. Vaak is er een erfelijke aanleg. De symptomen kunnen soms uitgelokt worden door het verrichten van langdurige arbeid met veel bewegingen van de pols welke de cliënt niet gewend is.

Het consult

Tijdens het consult bespreekt de medisch specialist uitgebreid de mogelijkheden die er zijn voor de specifieke wensen van de cliënt. Zowel de voor- en de nadelen, de risico’s als de verwachtingen worden in dit consult besproken. Het is de taak van de medisch specialist de cliënt zo goed mogelijk voor te lichten zodat de cliënt zo gefundeerd mogelijk zijn/haar beslissing kan nemen.

Symptomen Carpaal Tunnel Syndroom

• Nachtelijke tintelingen in de hand, vooral in de zone van duim, wijsvinger en middelvinger (paresthesiën).
• Tintelingen kunnen ook uitgelokt worden door extreem strekken van de pols.
• In ernstige gevallen kan ook pijn ontstaan alsook uitval van het gevoel, vooral duim, wijsvinger en middelvinger.
• In lang bestaande gevallen van carpaal tunnel syndroom zal ook atrofie (wegsmelten) van de duimmuisspieren optreden.
Om de diagnose te bevestigen dient steeds een EMG (elektromyografie) te worden uitgevoerd van de kleine handspieren en de duimmuis. Bij dit onderzoek wordt de geleidingssnelheid van de zenuwprikkels boven en onder het polskanaal gemeten. Bij duidelijke vertraging van de geleiding zal de neurofysioloog de diagnose bevestigen van carpaal tunnel syndroom.

De operatie

In de regel geschiedt de operatie door middel van een intraveneuze anesthesie met bloedleegte. Er wordt verdovingsvloeistof in de ader van de handrug gespoten en ter hoogte van de bovenarm wordt een strakke band aangebracht zodat de verdovingsvloeistof binnen de arm blijft.
Het is daarom belangrijk dat de cliënt voor de operatie alleen een heel licht ontbijt neemt (geen koffie of melk). Het gebruik van antistollingstabletten of medicijnen die invloed hebben op de bloedingstijd dient minstens een week voor de operatie gestopt te worden. Dit geldt onder meer voor: Aspirine, Acetylsalicylzuur, Ascal, Brufen, Diclofenac, Nerofen, Naprosyne en Naproxen. Cliënten die bloedverdunners op advies van hun huisarts of specialist gebruiken, dienen het stoppen hiervan met hen te bespreken.

De operatie

Injecties met corticosteroiden in het polsgebied kunnen tijdelijk verlichting van de klachten en soms verdwijnen van de klachten teweegbrengen. In lichte gevallen van carpaal tunnel syndroom kan dit voldoende zijn. Injecties zijn echter pijnlijk en geven nooit een blijvend resultaat. De operatieve behandeling bestaat uit het klieven van de te nauwe tunnel in het polsgebied zodat de zenuw weer ruimte krijgt. Er wordt een huidincisie gemaakt ter hoogte van het polsgebied, meestal in de natuurlijke lijnen van de handpalm zodat een litteken later niet zichtbaar is. Daarna wordt de carpaal tunnel gekliefd en de zenuw vrijgelegd. De huid wordt met multiple kleine hechtingen gesloten en er wordt een zacht drukverband aangelegd.

Na de operatie

Na de operatie mag de cliënt naar huis met een draagdoek (mitella). Het is zeer belangrijk de hand altijd horizontaal te houden en zeker niet langdurig naar beneden te laten hangen. Ook dient cliënt regelmatig de vingers en de duim te bewegen. Na een week mag het verband verwijderd worden en mag de wond open blijven. Na twee weken worden de hechtingen verwijderd.
De eerste twee weken moet de pols rust houden. Na twee weken mag geleidelijk aan lichte arbeid verricht worden en na drie weken langzaam de normale werkzaamheden.

Resultaten

Indien de zenuw langdurig en/of ernstig beklemd was, kan het enige tijd duren voordat het gevoel en de functie van de hand weer hersteld is. Bij een minder ernstige beklemming kan er reeds na enkele dagen een duidelijke verbetering van de klachten optreden. In de meeste gevallen zal volledig herstel van de handfunctie zonder restverschijnselen optreden.

Heeft u last van een Carpaal Tunnel Syndroom, neemt u dan contact op met de kliniek. Wij helpen u graag.

Carpaal Tunnel Syndroom